Verlengde Velmolen 2B
5406 NT  Uden

Gebruikelijk loon zieke DGA

De man van een eigenares van een schoonheidssalon richt een holding en een werkmaatschappij op en neemt de schoonheidssalon, inmiddels failliet, over. Hij  heeft in de BV slechts een adviserende en coachende rol. Maar hij correspondeert wel namens de BV met de Belastingdienst. De echtgenote ontvangt uit de BV een salaris van € 26.500. Kort na de overname wordt de man ernstig ziek. De Belastingdienst legt hem een aanslag op met een gebruikelijk loon  van € 26.500. Hoe oordeelt de rechter?

Standpunt man
De man stelt dat hij vanwege medische redenen geen feitelijke werkzaamheden heeft verricht voor de BV, zodat niet aan de vereisten voor gebruikelijk loon is voldaan. De werkzaamheden die hij wel heeft verricht, zijn geschied op arbeidstherapeutische basis. Verder betoogt hij dat van een lager gebruikelijk loon moet worden uitgegaan.

Overwegingen rechter
Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, wordt het van dat lichaam genoten loon (het gebruikelijke loon) ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam;
  • € 45.000 (Destijds! In 2026: € 58.000).

Vaststaat dat de man een aanmerkelijk belang heeft in BV en dat de echtgenote de meestverdienende werknemer van de BV is met een jaarloon van € 26.500. Daarom heeft de Belastingdienst het gebruikelijk loon van de man gesteld op € 26.500.

De man betoogt dat hij geen arbeid heeft verricht voor de BV en dat daarom de gebruikelijkloonregeling geen toepassing vindt. Gelet op deze betwisting dient de Belastingdienst te bewijzen dat de man wel arbeid voor de BV heeft verricht. Dat is geslaagd: de man heeft namelijk met de Belastingdienst gecorrespondeerd over fiscale zaken en dus administratieve werkzaamheden verricht, hoe gering ook. Verklaringen van de huisarts en echtgenote over de gezondheidstoestand van de man doen er niet aan af dat hij deze werkzaamheden heeft verricht, zodat deze verklaringen het bewijs niet aantasten.

Vervolgens mag de man bewijzen dat ter zake van de meest vergelijkbare dienstbetrekking waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt, in het economische verkeer een lager loon gebruikelijk is. Met de enkele verwijzing naar de verklaringen van de huisarts en zijn echtgenote is de man niet in deze bewijslast geslaagd. Anders dan hij stelt, kan uit deze verklaringen bovendien niet worden afgeleid dat hij om medische redenen slechts tot arbeidstherapeutische werkzaamheden in staat is waarmee geen loon kan worden genoten.

Slotsom
Het gelijk is aan de Belastingdienst. De aanslag  is terecht opgelegd.

Let op: De wettelijke regeling rond het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder bevat een bewijsvolgorde. Deze dient serieus te worden genomen, zo blijkt ook weer uit deze uitspraak.