Wageweg 32
1811 MK  Alkmaar

Update arbeidsmarktpakket: zelfstandigen

Update arbeidsmarktpakket: zelfstandigen

Er komt een verplichte verzekering voor zelfstandigen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid. Hervorming van de arbeidsmarkt is één van de doelstellingen van het kabinet. In een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer geeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een overzicht van de stand van zaken en gemaakte keuzes. Wat kunnen zelfstandige ondernemers verwachten?

1 Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering
Voor zelfstandigen komt er een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het doel van een verplichting is meerledig. Het biedt een financieel vangnet voor zelfstandigen die arbeidsongeschikt raken en draagt er daarmee aan bij dat werkenden zich kunnen verzekeren tegen dit risico. Het voorkomt daarnaast dat risico’s worden afgewenteld op het collectief, waarbij niet verzekerde zelfstandigen bij arbeidsongeschiktheid in de met publieke middelen gefinancierde bijstand terecht komen. Ten slotte draagt het bij aan het gelijker trekken van de (sociale) bescherming en behandeling van zelfstandigen en werknemers.

Opt out?
Onderzocht wordt nog of het mogelijk moet worden om onder voorwaarden uit deze publieke verzekering te stappen (opt-out). Dit kan alleen als de zelfstandige een private verzekering afsluit met ten minste dezelfde dekking en premie als de publieke variant.

Het doel van de opt-out is dat zelfstandigen de keuze hebben om zelf te bepalen welke verzekering voor hen passend is, zodat de verzekering tegemoet komt aan de verzekeringsbehoefte die de zelfstandige heeft. Het kabinet zal een opt-out opnemen, mits deze uitvoerbaar, betaalbaar, uitlegbaar is en tijdig kan worden ingevoerd. Als blijkt dat de opt-out niet haalbaar is, zijn zelfstandigen met een andere of additionele verzekeringsbehoefte die niet wordt gedekt door de publieke verzekering aangewezen op de private markt. Ze krijgen dan met zowel de publieke uitvoerder als een private verzekeraar te maken.

Een geclausuleerde opt-out gaat gepaard met gedragseffecten. Deze gedragseffecten zijn beheersbaar, maar daarvoor moeten wel extra soliditeitswaarborgen worden genomen. De minister werkt aan de vormgeving van een stabiliteitsbijdrage – en doet onderzoek naar de hoogte van die stabiliteitsbijdrage – die ertoe dient om de publieke premie als gevolg van de gedragseffecten te stabiliseren.

Wie is verplicht verzekerd?
Het kabinet zal bij de uitwerking van de AOV voor zelfstandigen alle Inkomstenbelastingondernemers (met en zonder personeel) en meewerkend partners onder de  kring van verzekerden scharen. De directeur-grootaandeelhouder en diegene die resultaat uit overige werkzaamheden geniet, vallen niet onder de kring van verzekerden.

Wachttijd
Het kabinet kiest ervoor bij de uitwerking een wachttijd van één jaar te hanteren. Zelfstandigen moeten dus een jaar ziekte overbruggen, voordat deze verzekering tot uitkering komt. Zelfstandigen kunnen desgewenst via een private verzekering een kortere wachttijd bedingen.

Wat wordt er verzekerd?
Elke zelfstandige verzekert zich standaard voor een uitkering van 70% van het laatstverdiende inkomen tot aan de grens van 143% WML. De uitkering is maximaal 100% van het WML. De premie voor de standaardverzekering is op basis van huidige inzichten indicatief 7,5% tot 8% van het inkomen tot de maximale premiegrondslag. De premies van periodiek uitgekeerde arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zijn fiscaal aftrekbaar.

Wanneer?
In de zomer van 2023 zal een concept-wetsvoorstel worden aangeboden voor de reguliere toetsen, adviezen en (internet)consultaties. In het voorjaar van 2024 komt er vervolgens een wetsvoorstel. Hiermee koerst het kabinet op begin 2025 als datum van publicatie van het aangenomen wetsvoorstel. Na publicatie van de wet zal er aanvullend tijd nodig zijn om het wetsvoorstel te implementeren en daarmee in werking te laten treden.

2 Voorkomen schijnzelfstandigheid
De arbeidsrelatie van zelfstandigen verschilt van die van werknemers. Dat is ook logisch: er zijn inherente verschillen tussen beide categorieën werkenden. De verschillen in bijvoorbeeld fiscale regelgeving moeten wel een goede reden hebben. Daarom wordt op een aantal terreinen het verschil verminderd. Het is van belang dat werkenden en werkgevers zoveel mogelijk om de juiste redenen en in lijn met het wettelijke kader kiezen voor zelfstandig ondernemerschap of loondienst. Daarbij blijft werken als zelfstandige uiteraard mogelijk. Ook voor ondernemers is van belang dat zoveel mogelijk duidelijk is wanneer er sprake is van een arbeidsrelatie met een zelfstandige (op basis van een overeenkomst van opdracht of een andere overeenkomst) en wanneer van een arbeidsovereenkomst. Of wanneer sprake is van een ander soort overeenkomst. Het kabinet wil daarom de regels rondom de kwalificatie van de arbeidsrelatie verduidelijken, deze beter opeisbaar maken en hierop beter gaan handhaven.

Ter structurering van de open norm ‘werken in dienst van’ worden drie hoofdelementen benoemd: materiële ondergeschiktheid (toezicht, instructies etc.), de organisatorische inbedding van het werk, en – als contra-indicatie voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst – zelfstandig ondernemerschap binnen de betreffende arbeidsrelatie.

Daarnaast werkt het kabinet aan een zogenaamd ‘civielrechtelijk rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst’, gekoppeld aan een uurtarief. De tariefgrens hiervan wordt nog nader bepaald (mogelijk tarief tussen de 30 en 35 euro). Daarmee wordt de positie van werkenden met een zwakkere onderhandelingspositie versterkt. Zij kunnen gemakkelijker hun rechten (op basis van een arbeidsovereenkomst) opeisen.

Het kabinet wil de handhaving op schijnzelfstandigheid op de korte termijn verbeteren en versterken. Het kabinet wil uiterlijk op 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium volledig opheffen. In de tussentijd zal de Belastingdienst meer capaciteit inzetten binnen de kaders van het handhavingsmoratorium. Ook zal nadrukkelijk de samenwerking met de markt gezocht worden vanuit het uitgangspunt dat het voldoen aan regelgeving primair een verantwoordelijkheid is van marktpartijen zelf.

Let op: Er is nog geen concrete wetgeving, maar het kabinet geeft wel steeds concreter de richting aan waar ondernemers rekening mee kunnen houden.